"easy" riding...

Bombay uitkomen kost ons meer dan drie uren. Pas na een viertal uur komen we ook werkelijk los van de stadsdrukte die zich bij de brug over de zee-engte door een flessenhals wurmt. Met een gedetailleerde wegenatlas en een kompas “scheuren” we tegen vijfenzeventig kilometer per uur over een prima onderhouden snelweg. “Get your motor runnin’ , move out on the highway, lookin’ for adventure and whatever comes your way...” We brullen het luidkeels boven de het geluid van de motor uit.
Het is een tolweg, zo blijkt aan het eind, maar voor motoren is geen bordje voorzien dus volgen wij het voorbeeld van gemotoriseerde Indiers door de tolhuisjes te omzeilen en de beambte vriendelijk gedag te knikken. Aan de deelstaatgrens tussen Maharashtra en Gujarat bestaat de douanecontrole uit het al rijdend beleefd terug groeten van de officier van dienst.
Eens van de hoofdweg af snijden wegen dwars door vruchtbare valleien en heuvels. Koeien, buffels, stekelvarkens, geiten en pluimvee zijn de voornaamste tegenliggers. Nooit harder dan zestig kilometer per uur bollen we verder. Wanneer we de weg vragen worden we in geen tijd door een dertigtal nieuwsgierigen omringd die ons enthousiast in de goede richting sturen. India mag dan een niet te overzien uitegstrekt land zijn, de juist weg vinden is heel eenvoudig. Er is namelijk slechts één devies, en dat luidt “straight, go straight.” Is het bij gebrek aan kennis van het Engels dat onbenulligheden als “kies bij de splitsing de linker arm en sla daarna bij het kruispunt rechtsaf” niet worden vermeld? Maar ze hebben wel gelijk als ze “rechtdoor tot het volgende kruispunt” bedoelen.
Het schemert wanneer we het charmante dorpje Nargol bereiken. Bomen vol paarse bloesems laten hun takken over de malle straatjes hangen. Nargol staat in kleine letters op de kaart en wordt niet vermeld in de “Lonely Planet” van ’99. Het enige gastenverblijf in het pittoreske plaatsje is de meisjescampus van de plaatselijke kunstacademie. Het dorp is klein zodat we algauw een paar mensen bij naam kennen. Telkens als we voorbij het kraam van de waterverkoper rijden schreeuwen we “Hey Nassim!”, waarop Nassim uitbundig zwaait. Die avond zitten we gezellig voor zijn kraam en proberen wat over zijn gezin en zijn leven te weten te komen. Als we vragen of hij Beedi's heeft geeft hij de zaak in Stijns handen terwijl hij er verderop gaat halen. Op dat moment komt een stel kinderen melk kopen. Stijn zoekt in de koelkast en verzint met een brede grijns de prijs van twintig roepies. De kinderren protesteren lachend en roepen dat melk slechts acht roepies kost. Stijn geeft netjes wisselgeld terug uit Nassims geldlade. Wanneer we Nassim vertellen dat we geprobeerd hebben zijn klanten op te lichten komt hij niet meer bij van het lachen.
De volgende ochtend buigen we ons over de bolides. De waarschuwing om dagelijks de moeren en bouten van onze Bullets te controleren slaan we niet in de wind. Door de vibratie van de ééncilindermotor trillen heel wat bevestigingen los. De oliepeilstaaf van Stijns motor vertoont geen enkel spoor van olie en moet dus dringend bijgevuld. Mijn motor start moeilijk op een koude motor. Een oudere man helpt me met het schoonmaken van de zwart beslagen bougie. Met het gewenste effect. Het schuurpapier mogen we houden. Stijns toeter brak af tijdens de vlucht uit Bombay. De timmerman boort een boor stuk op het metalen plaatje. Zijn buurman heeft toevallig zo’n plaatje liggen en is blij dat hij het ons kan geven. “No pay sir.”
’s Middags verkennen we het naburige vissersdorp. De vissers leven er met hun families in tijdelijke hutten op het strand. Eén of twee keer per jaar spoelt een springvloed het hele dorp weg. De meesten poseren gewillig voor onze lenzen. Een voordeel van de digitale fotografie is dat ze meteen hun foto kunnen zien. Vaak vinden ze het ongelofelijk grappig en zijn zij het die ons bedanken.
’s Avonds zijn we uitgenodigd door een groepje Parsi die in het gastenverblijf zijn aangekomen. Het zijn vier jeugdvrienden uit Bombay die een paar keer per jaar samen met hun gezinnen vooor een weekend de stadsdrukte ontvluchten. Hun bezigheden zijn beursspeculant, advocaat,internationaal vertegenwoordiger en rentenier. Ook hun vrouwen hebben goeie jobs. De gegoede klasse, zeg maar. Het is een gezellige bende en dat doorprikt meteen ons vooroordeel dat rijke Indiers per definitie uit hoogte zouden doen tegenover rugzaktoeristen. In de tuin drinken we bij kaarslicht Indische Whiskey en Wodka. Beide worden met water aangelengd en met zeer zeldzame ijsblokjes geserveerd... Gujarat is een “droge” staat en alcohol is er dus de verboden vrucht. Het is al bijna middernacht als we uiteindelijk aangeschoten aan tafel aanschuiven. De avond wordt besloten onder de schitterende sterrenhemel met Nederlandse sigaren, meegebracht tijdens een handelsreis.

0 Comments:
Een reactie plaatsen
<< Home