28 april 2006

Khajuraho


Tijdens de nacht voor we weer op pad gaan word ik tot vier keer toe misselijk wakker. Overgeven, buikloop, precies dezelfde symptomen waarmee Stijn gisteren worstelde. De hoteluitbater is resoluut, we zijn geveld door de hitte. Vanaf acht uur ’s morgens brandt de zon onverbiddelijk op onze hoofden. Rond het middaguur stijgt het kwik tot tweeenveerstig graden celcius. Buiten is het haast niet uit te houden. Hij raadt ons aan om geregeld vitamines en ORS (Oral Rehydration Salt) met ons drinkwater te vermengen.

De eerste honderd kilometer onderga ik misselijk mijn hobbelig lot over de “zachte berm” die een National Highway moet voorstellen. Op het warmste van de dag neem ik anderhalf uur platte rust. Ik voel me iets beter, maar krijg nog geen hap door mijn keel. Er is ook niks te vinden dat mijn beroerde westerse maag enigzins bekend zou kunnen voorkomen. De National Highway wordt zijn naam waardig en het duister is pas ingetreden als we Khajuraho binnen rijden. We klokken een recordafstand van driehonderdtwintig kilometer af op de teller. Letterlijk een bewogen dag. Met een grappig intermezzo wanneer we ’s namiddags aan een theestalletje stopten in een dorpje, dit keer zonder gastheer. Iedereen stond ons zwijgend aan te staren tot Stijn met zware stem “ne me quitte pas” aanhief. Het publiek werd laaiend enthousiast en wanneer Stijn na afloop met de pet rondging haalde één roepie op!

We rijden langs een luchthaventerminal, het Holiday Inn hotel, een Italiaans restaurant, tellen een handvol Japanners, staren terug naar werkloze straatverkopers en knikken naar een man die in zijn riksha op klanten die niet komen ligt te wachten. Khajuraho is een toeristische trekpleister van formaat, zij het in laagseizoen. De enige voordelen die ik daarbij kan bedenken zijn het voordelige tarief van onze hotelkamers en dat er geen toeristen op onze foto’s staan. Vanaf het moment dat we het hotel verlaten worden we onophoudelijk aangeklampt om souvenirs te kopen, uit elke deuropening roept een stem:“please look at my shop!” We worden ongevraagd rondgeleid door een twaalfjarige jongen uit het dorp die zich prima uit de slag trekt in het Engels, Frans, Spaans en Italiaans. Keer op keer komt dezelfde etter ons Ganga en Manali (marihuana) aanbieden. Stijn probeert hem meermaals te ontmoedigen door gespeeld verontwaardigd "ARE YOU TRYING TO SELL ME DRUGS?!" uit te brengen, luid genoeg zodat iedereen binnen een straal van tien meter het kan horen. Bij deze kerel echter zonder succes...

Khajuraho was een hoodstad ten tijde van de Chandela’s. De Chandela dynastie regeerde dit gebied iets meer dan vijf eeuwen voor het in de 16e eeuw door de Mughals werd verslagen. Khajuraho telt een twintigtal oogverblindende tempels waarvan de meesten in de eeuw tussen 950 en 1050 van onze tijdrekening werden gebouwd. Dat ze het hebben klaargespeeld in zo’n korte periode zoveel tempels te bouwen zonder cement, maar met stenen die in elkaar passen, zonder kranen om de meer dan dertig meter hoge pieken te plaatsen. Dat getuigt van voortreffelijk vakmanschap van de Indo-Arische bouwmeesters. Als je bedenkt dat de gemiddelde tempel ongeveer achthondervijftig meterhoge, haarfijn gedetailleerde beelden telt kun je je niet voorstellen hoeveel ambachtslieden aan dit wereldwonder hebben meegewerkt. Historici zijn er nog steeds niet uit waarom de tempels in Khajuraho zijn gebouwd, een plek die duizend jaar geleden waarschijnlijk even ver van de bewoonde wereld af lag als vandaag de dag. Het is wel aan deze afgelegen ligging te danken dat er slechts geringe schade werd aangebracht door de moslim-invallers die maar al te graag “heidense” tempels onteerden en vernielden in andere delen van India.

Rond alle tempels lopen banden met ontelbare ornamenteringen en friezen die een goed beeld schetsen van het leven een millenium geleden. Goden en godinnen, krijgers en musici, echte en mythologische dieren... Twee onderwerpen zijn in overvloed aanwezig, namelijk vrouwen en seks. Van sensueel dansende maagden tot erotische figuren die een hele Kamasutra van posities uitbeelden. Ik kan maar niet begrijpen dat deze beeldhouwerken in zandsteen nog zo intact zijn na duizend jaar blootstelling aan erosie.

Om zes uur ’s morgens zijn we de eersten om het omheinde terrein te betreden. Zacht strijklicht, rust en milde temperatuur. Heerlijk!

4 Comments:

Blogger Portia zei...

Hoi Thomas,
Schitterende reisverhalen, ik zou zo m'n valiesje (of rugzakje?) willen pakken en vertrekken... Jij maakt je dromen waar, schitterend! Wat mij betreft zal dit voor een ander leven zijn! Hou jullie goed, 'k ben razend benieuwd waar jullie vandaag weer doorgegaan zijn! Toi, toi, toi!
Tine.

16:40  
Blogger fannita zei...

Wat een foto's! Ze hadden in die tijd geen gebrek aan inspiratie blijkbaar. Als die beelden je maar niet op verkeerde gedachten brengen...

20:07  
Blogger Portia zei...

Heren, het is niet om mee te lachen, hoor. Je laat het thuisfront hier verweesd achter, doodsbenauwd voor rituele slachtingen, voedselvergiftigingen en dat soort toestanden en wat lezen we? Een road trip vol seks, drugs en rock and roll. Entertainend is het zeker wel, interessant ook, maar houd je daar toch alstublieft een beetje in, hé, duw het wankele Belgische imago de afgrond niet verder in. Brel in theehuisjes, Kama Sutra standjes, drugsdealers, … Het gaat niet goed met onze Beastie Boys daar in Azië, voor alle zekerheid ik neem U op in mijn gebeden vanavond. Amen.

14:37  
Blogger korneel jansseune zei...

thomas,

fantastische verhalen, die alleen doen dromen om morgen te vertrekken. het lijkt wel de film van the motorcycle diaries.

geniet ginder met volle teugen van de cultuur, ik volg de blog met veel leesplezier

groeten,

Korneel

23:12  

Een reactie plaatsen

<< Home