09 mei 2006

exodus


Er ligt niets tussen Khajuraho en de Himalaya waar we absoluut heen willen. Op de vlucht voor de hittegolf die het noorden van India teistert nemen we onszelf voor de monsterafstand van zeshonderd veertig kilometer in twee dagen hard labeur af te leggen. Beide motoren gedragen zich voorbeeldig en behalve bougies schoonmaken hebben we er geen omkijken naar.

Nog voor schemering kijken we uit naar een slaapplaats. In India is altijd en overal wel een hotelletje te vinden. Hier niet. Het is aardedonker als we veertig kilometer verder twee hotels aantreffen, beide afgeladen vol met huwelijksfeestvierders. Nog iets verder worden we gastvrij onthaald door een groepje Indiers. We zijn de eerste hotelgasten sinds de opening van hun gloednieuw hotel! We zijn vereerd. Pas wanneer ze niet meteen een kamer kunnen tonen krijgen we argwaan. Als we dan maar zelf op onderzoek uitgaan treffen we er één grote rotzooi aan en kamers onder evenveel stof als Toetanchamons grafkamer. Er zou binnen een straal van vijftig kilometer geen ander hotel te vinden zijn. Toch maar blijven proberen, die Indiers...

We gaan weer op pad. In de straal van mijn koplamp zie ik een stok op straat liggen. Ik wijk uit, maar de stok kronkelt dezelfde richting uit. Geschrokken trek ik instinctief mijn benen op als ik over de slang rijd. Ik stel mezelf gerust met de gedachte dat een ongewerveld dier dit wel kan hebben... Nog eens vijfenveertig kilometer verder treffen we één zielloos, duur hotel aan. We brengen de nacht door naast de drukke weg waar non-stop vrachtverkeer overheen dendert. De temperatuuur blijft ook ‘s nachts drukkend.

De volgende middag parkeren we de motoren noodgewogen in volle zon bij een wegrestaurant. Als we een haf uurtje later terug bij onze Bullets staan is de standaard van mijn motor zo’n zes centimeter in het asfalt gezonken. Mijn bolide krijgt door de hellingsgraad een sportiever allure dan het eigenlijk verdient...

Tegen de avond bereiken we de bergen. Niets uitlopers of glooiende heuvels. Van de verschroeide vlakte meteen naar tweeduizend meter hoogte! Voor het eerst sinds onze aankomst in India is het koud, we kunnen een trui goed gebruiken.

Nainital ligt op duizend negenhonderd tachtig meter hoogte en is rond een meer gebouwd. Een populair vakantieoord voor Indiers die de warmte van de vlaktes ontvluchten. We belanden plots in hoogseizoen en voelen dit meteen in de portemonnee. Als we bij de van oorsprong Britse yachtclub informeren of we misschien een zeilbootje kunnen huren wijst men ons zonder een woord op een bordje dat mensen op slippers in short en T-shirt de toegang tot de club ontzegt. Wel heb ik ooit, geweigerd door een stelletje elitaire hoogtemeerzeilers!

Stijn en ik nemen noodgedwongen genoegen met een pedalo in de vorm van een zwaan waarmee we vrolijk de andere zwanen in ramkoers benaderen.

1 Comments:

Anonymous Anoniem zei...

(een slang is een gewerveld dier)

13:24  

Een reactie plaatsen

<< Home